Wat doen we?

Het waterschap zorgt ervoor dat sloten, singels,  vaarten en plassen schoon en voldoende water hebben. Zowel voor de kwaliteit, als voor de waterstand gelden richtlijnen. Het waterpeil dat het waterschap nastreeft, leggen we vast in een peilbesluit. Het onderhoud van water is vastgelegd in onderhoudstabellen, de zogeheten Legger. Nieuwe watersystemen en veranderingen aan bestaand water worden getoetst aan het beleid van het waterschap. Wat wel en niet mag rondom het water, beschrijft het waterschap in de waterschapsverordening.

Tijdens natte perioden pompen we het  te veel aan regenwater uit de sloten en vaarten in het gebied tussen Rotterdam, Zoetermeer, Gouda en Schoonhoven richting de rivier. Per dag pompen we maximaal vijf miljoen kubieke water ons gebied uit. Dat is ruim tweeënhalf keer de inhoud van voetbalstadion ‘De Kuip’. In droge perioden moet water dat verdampt, worden aangevuld. Daarvoor laten we op een warme, winderige en droge dag maximaal één miljoen kubieke meter water  vanuit de rivieren de watergangen instromen.

De sloten en vaarten die wij beheren, zijn opgeteld ongeveer 6.000 kilometer lang. Het beheergebied is ruim 35.000 hectare groot. Bijna 9.000 hectare bestaat uit water. Alle wateren moeten worden onderhouden, anders groeien ze dicht met slib, oever- en waterplanten. De belangrijke watergangen onderhouden we zelf. Mensen die langs water wonen of grond hebben, moeten zelf het water onderhouden. Wij houden hier toezicht op.

Klimaatverandering stelt extra eisen aan waterbeheer. We werken samen met omliggende waterschappen, om met nieuwe kennis de klimaatontwikkeling één stap voor te blijven.

Waarom doen we het?

Als waterschap leveren we een bijdrage aan een veilige, gezonde en aantrekkelijke omgeving. Met ons werk zorgen we ervoor dat er niet te veel of juist te weinig water in vaarten, sloten en singels staat. Door wateren en de omgeving goed in te richten en te onderhouden, werken we aan een goede waterkwaliteit.

Een goed ingericht en goed onderhouden watersysteem draagt bij aan een gezonde leefomgeving met een grote biodiversiteit. Voor velen is water een aantrekkelijk onderdeel van de omgeving met mooie uitzichten. Water biedt tal van recreatie mogelijkheden, zoals vissen, zwemmen, varen en natuurbeleving.

Stedelijk gebied vraagt ander waterbeheer dan glastuinbouwgebied. En glastuinbouwgebied vraagt weer ander waterbeheer dan akkerbouwgebied, veenweide en natuurgebieden. Daarom betrekken we de omgeving en bespreken we de wensen van belanghebbenden. Wij proberen zoveel mogelijk rekening te houden met alle wensen. Vanwege het brede belang moeten we soms  keuzes maken. Niet alle wensen zijn verenigbaar. Als voorbeeld de waterstand. Wij stellen het waterpeil vast dat meest passend is bij de omgeving; niet te hoog, niet te laag, goed voor de waterecologie en passend bij de waterrecreatie.

Hoe doen we het?

De waterstanden houden we continue in de gaten. In de meeste sloten en plassen doen we dit met sensoren Als het waterpeil te hoog is, gaan de gemalen automatisch aan om water weg te pompen. Ze gaan  automatisch weer uit als het waterpeil gezakt is. Als het waterpeil door droogte nog verder zakt, laten we vanuit de grote rivieren extra water het gebied instromen via sluizen en inlaatbuizen.

Door het water en de oevers goed in te richten en te onderhouden, zorgen we ervoor dat het water kan doorstromen en van goede kwaliteit is. Water- en oeverplanten dragen bij aan de waterkwaliteit en biodiversiteit. Teveel begroeiing kan het waterleven juist verstikken en de doorstroming hinderen. In het najaar en de winter sterven waterplanten sterven af en vallen boombladeren in het water. Samen vormt dit een sliblaag op de bodem, bagger. Als de sliblaag te dik is, moet deze worden verwijderd, anders gaat het water stinken. Ook moet in sloten voldoende leefruimte zijn voor vissen en om regenwater op te vangen en af te voeren. Door op tijd de sloten en oevers te onderhouden, verbetert de doorstroming en de kwaliteit van het water.

Niet alle sloten en vaarten zijn even belangrijk zijn voor een goede aanvoer en afvoer van water. De belangrijkste wateren onderhouden we zelf. Daarnaast houden we toezicht op minder belangrijke wateren. Eigenaren van grond langs deze wateren zijn verplicht het water en de oever te onderhouden. Dit betekent dat zij jaarlijks het teveel aan waterplanten weghalen en ervoor zorgen dat het water voldoende diep blijft.

Bewoners en bedrijven helpen we graag  met adviezen over het inrichten en onderhouden van watergangen en oevers. Ook geven we informatie over planten en dieren die niet thuishoren in de Nederlandse natuur verwijderen wij zelf zo snel mogelijk uit het water. Deze zogenoemde exoten kunnen het waterleven ernstige schade toebrengen.

Waarmee doen we het?

Het waterschap heeft ongeveer 100 gemalen in het beheersgebied staan. Deze gemalen pompen overtollig regenwater naar de Nieuwe Maas, Hollandse IJssel of Lek. Een groot deel van de bediening van de pompen in de gemalen is geautomatiseerd. De gemalen zijn uitgerust met sensoren die de waterstanden in de gaten houden. Het pompen kan daarom dacht en nacht doorgaan. Daarnaast zijn er altijd medewerkers beschikbaar die storingen kunnen verhelpen en, in geval van nood, zelf de pompen bedienen.

Het personeel van het waterschap bedient ook stuwen in watergangen, inlaatbuizen door dijken en een aantal sluizen voor de recreatievaart. De hoogte van een stuw is belangrijk omdat het landschap niet helemaal vlak is. Hooggelegen gebieden zullen anders leegstromen in laag gelegen gebieden. De laaggelegen gebieden krijgen dan wateroverlast en de hooggelegen hebben dan een watertekort.

Het waterschap onderhoudt de gemalen (en stuwen en inlaten). Het dagelijks beheer en onderhoud voert het eigen personeel uit. Het grotere onderhoud (renovatie) en nieuwbouw wordt gedaan door aannemers die door het waterschap worden ingehuurd na zorgvuldige aanbestedingstrajecten.

Het waterschap toetst ook zelf met deskundig opgeleid personeel en met behulp van computermodellen of het watersysteem blijft voldoen als het klimaat verandert. Aandachtspunten in het watersysteem worden aangepakt in samenspraak met de omgeving.

Wanneer doen we het?

Het waterschap onderhoudt de belangrijkste watergangen gemiddeld tweemaal per jaar. De overtollige waterplanten worden dan verwijderd. Sommige wateren zijn zo belangrijk voor de aan- en afvoer van water dat we ze vaker onderhouden. Er zijn ook wateren die genoeg hebben aan een eenmalig onderhoud.

Het waterschap meet frequent de slibdikte in het oppervlaktewater. Afhankelijk van de slibdikte bepalen we jaarlijks waar gebaggerd gaat worden. Gemiddeld wordt elke watergang een keer per tien jaar gebaggerd.

Het waterschap houdt elk jaar toezicht of er niet te veel waterplanten in de sloten aanwezig zijn. Daarnaast bepaalt het waterschap, gemiddeld eens in de tien jaar of het water voldoende wordt ontdaan van slib.

Het waterschap is continu alert op verstoringen in het watersysteem of op weersinvloeden die negatieve gevolgen hebben voor het watersysteem. Het waterschap neemt dan maatregelen om de gevolgen voor het watersysteem te beperken of in de hand te houden. Dit kunnen we doen met eigen noodpompen of het afsluiten van delen van het watersysteem net tijdelijke dammen.

Met wie doen we het?

Het water dat nodig is om de sloten van voldoende water te voorzien komt uit grote rivieren, zoals Hollandse IJssel, Lek en de Nieuwe Maas. Wij werken samen met Rijkswaterstaat en de andere waterschappen aan een eerlijke verdeling van het rivierwater. Iedereen wil voldoende water, van voldoende kwaliteit.

Het waterschap werkt samen met de gemeente, en ook met alle aangrenzende eigenaren van water, aan de in stand houding van het watersysteem.
We geven voorlichting aan particulieren en agrariërs over het onderhoud van watergangen, zodat de waterkwaliteit en de ecologie/biodiversiteit van het oppervlaktewater verbetert. We werken samen met belangenorganisaties, zoals Glastuinbouw Nederland en Zuid-Hollands Landschap, zodat de waterkwaliteit verbetert, het water duurzamer wordt beheerd, minder afvalstoffen in en uit het water komen en er minder energie wordt verbruikt bij het waterbeheer.

Aannemers voeren voor het waterschap het onderhoud uit aan watergangen en doen ook de renovatie en nieuwbouw van gemalen. Het waterschap vraagt hierbij ook adviesdiensten van ingenieursbureaus.

Het waterschap werkt ook samen met kennisinstituten, universiteiten en hogescholen om het watersysteem steeds beter te begrijpen. Daarnaast is er een stichting van de gemeenschappelijke waterschappen die onderzoeken coördineert. De Unie van Waterschappen zorgt voor de borging van het waterbelang, zowel in Den Haag en in Brussel.

Organisatie achter het werk?

Tachtig mensen werken fulltime aan het water. Een deel doet de  dagelijkse bediening van gemalen, sluizen, inlaten en stuwen. Een ander deel doet het onderhoud aan de watergangen en de gemalen. Het derde team doet de afstemming met de negen inliggende gemeente en de provincie en adviseert het bestuur over de koers van het waterschap.

De organisatie wil een omgevings- en servicegericht zijn. Tevredenheid over onze dienstverlening heeft hoge prioriteit. De diensten worden zoveel mogelijk ook digitaal aangeboden. We passen bewezen informatie- en communicatietechnologieën snel toe, zodat de digitale informatievoorziening voldoet aan de behoeften.

Het waterschap voert al haar werkzaamheden, veilig, professioneel en transparant uit. Alle werkzaamheden worden gecontroleerd door een gekozen bestuur. Wij willen goed doordachte beslissingen nemen over de aanleg, het onderhoud en vernieuwing van het watersysteem.

Alle ingenieursbureaus en aannemers die werk voor ons verrichten moeten aantonen dat ze aan de kwaliteit eisen van het waterschap kunnen voldoen. Zorgvuldig, open en betrokken zijn voor het waterschappen de belangrijkste kernwaarden.