Ambitie

Schade door oppervlaktewater voorkomen.

Visie

Niemand wil wateroverlast. We willen allereerst ons huidige watersysteem goed houden en daar waar nodig verbeteren. Vervolgens willen we de ruimtelijke plannen van anderen waterrobuustheid ontwerpen, voor nu en in de toekomst. In een vroeg stadium adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen en uiteraard waterstaatkundige onderwerpen is noodzakelijk. Daarnaast investeren we in personeel, vaardigheden, kennis en materieel om effectief en omgevingsgericht op te treden bij calamiteiten.
We willen het goede voorbeeld geven. Samen met inwoners, bedrijven, gemeente en provincie ontwerpen of passen we het watersysteem aan met de juiste maatregelen op de juiste locatie. We maken zo een robuust en klimaatbestendig watersysteem. Plus we vergroten de veiligheid en de leefbaarheid in dit dichtbevolkte en intensief gebruikte, laaggelegen gebied.

Situatiebeschrijving

Neerslag vasthouden, bergen en afvoeren lukt ons in een groot deel van het beheersgebied. En daarmee voorkomen we wateroverlast. Maar we hebben ook te maken met een groot verhard oppervlak in het alsmaar groeiend stedelijk gebied en de kassengebieden. Regenwater dringt hier niet de binnen om, maar blijft liggen. Met als mogelijk gevolg het overstorten en overlopen van het riool. En dan stijgt het waterpeil in singels en sloten en dat zorgt voor wateroverlast en mogelijke waterkwaliteitsproblemen. Dit risico groeit, omdat er steeds meer wordt verhard, de bodem daalt en het aantal piekbuien toeneemt, vooral in de zomer en de nazomer. De kans dat in korte tijd veel neerslag valt, is vele malen groter dan in de vorige eeuw.

Watersysteem op orde

We willen wateroverlast vanuit het oppervlaktewater in 2027 verminderen tot een maatschappelijk acceptabel niveau. Hierover zijn eerder landelijke afspraken gemaakt door alle betrokken overheden die voor ons gebied zijn vastgelegd in de ‘Zuid-Hollandse Omgevingsverordening’. We gaan door met doelgericht investeren in toepassingen om hemelwater langer te kunnen vasthouden. Daarvoor vergroten we de waterberging en verbeteren we de afvoer van overtollig water. Vooral het centrum van Rotterdam is een aandachtspunt. Samen met inwoners, bedrijven, gemeentes en provincie zoeken we (innovatieve) maatregelen op kleine schaal. De omgeving op hoogte houden is belangrijk. Elke (tuin)tegel die wordt verwijderd, helpt.

‘Weging van het waterbelang’

We willen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, maar vooral ook vooraf afstemmen op het watersysteem. Een ruimtelijke ontwikkeling moet voor de gehele levensduur klimaatbestendig zijn. Voor het klimaat van nu en ook voor het klimaat aan het einde van de levensduur. De ruimtelijk ontwikkelingen beïnvloeden het watersysteem, maar wellicht ook verbeteren. In het begin van zo’n ontwikkeling willen we adviseren en aan het einde toetsen. Ons beleid en onze regelgeving rondom het watersysteem houden we op orde. Daarnaast ontwikkelen we het instrument ‘Weging van het waterbelang’, de vervanging van de watertoets. De Omgevingswet stelt dit instrument verplicht. De woningbouw opgave in ons gebied, met name de (diepe) Zuidplaspolder, vraagt om een proactief waterschap. Wij willen ons profileren als waterautoriteit.

Effectief en omgevingsgericht optreden bij calamiteiten

Daadkrachtig, doelgericht en omgevingsgericht optreden bij calamiteiten blijft nodig. Het watersysteem kan niet alles aan. Extreme weersomstandigheden of gebeurtenissen kunnen leiden tot wateroverlast. Daarom zijn kennis van het watersysteem, verbinding met de veiligheidspartners in de drie veiligheidsregio’s binnen ons beheersgebied, deskundig personeel en voldoende materieel nodig. Bedrijven in ons beheergebied ondersteunen ons. Ook uw melding van (dreigende) wateroverlast helpt. Alleen zo voorkomen we schade bij ernstige wateroverlast door onvoorziene gebeurtenissen.
Onze calamiteitenorganisatie is geoefend en goed opgeleid. Informatiedeling en communicatie met crisispartners en omgeving is daarin cruciaal. De calamiteitenplannen blijven actueel en we houden het materieel op orde.

Verdere informatie

De normering voor wateroverlast is door de provincie vastgelegd in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (Art 5.2). Deze normering moet zij instellen op grond van de Omgevingswet (Art. 2.13). De oorsprong van dit wetsartikel komt voort uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) van 2003. De instrument ‘Weging van het waterbelang’ is onder de Omgevingswet (Art. 2.2) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Art. 5.37) wettelijk verplicht gesteld voor meer ruimtelijke plannen dan voorheen in de watertoets.

Het waterschap is verplicht om zich voor te bereiden op calamiteiten (Omgevingswet Art. 19.14). We hebben een calamiteitenhandboek waarin het handelen van het waterschap in zowel de preparatiefase als de responsfase zijn vastgelegd.

  1. Doel: Het waterschap investeert in het watersysteem zodat het voldoet aan de provinciale omgevingsverordening.
  2. Doel: Het waterschap ontwikkelt het adviesinstrument ‘Weging van het waterbelang’ en profileert zich als waterautoriteit.
  3. Opgave: Het waterschap communiceert duidelijk en reageert vroegtijdig en daadkrachtig bij verwachte calamiteiten.