Ambitie 

Verkleinen van overstromingsrisico.

Visie

We versterken de waterveiligheid en werken aan de bescherming van inwoners en bedrijven in het laaggelegen gebied tegen overstromingen, voor een veilige en prettige leefomgeving. Onze dijken keren het water van de rivieren Nieuwe Maas, Lek en Hollandsche IJssel en verschillende boezemwateren, waaronder de Rotte en de Ringvaart. We willen het risico van overstromingen zo klein mogelijk maken. Zo ook de gevolgen van een eventuele overstroming. Dat doen we door mee te denken aan het slim inrichten van ons gebied en een goede bestrijding van (grote) rampen. Samen met inwoners, bedrijven, gemeente, provincie en het Rijk.

Situatiebeschrijving

Ons beheersgebied ligt in de delta van de Rijn, nagenoeg geheel onder zeeniveau. De bevolkingsdichtheid en de economische waarde zijn hoog. Onze dijken zorgen ervoor dat het gebied niet overstroomt en mensen veilig kunnen wonen, recreëren en werken. Doordat het klimaat verandert, voeren de grote rivieren meer water af. Tegelijkertijd stijgt de zeespiegel en hebben we te maken met bodemdaling. Door inklinking van veenbodems ligt het land steeds lager dan de rivieren. Verder groeit de bevolking en neemt de economische waarde in het gebied toe. Wanneer we geen actie zouden ondernemen, neemt de kans op overstromingen toe. Daarom stellen we aan de dijken in ons gebied strenge eisen.

Wij werken op drie manieren aan de veiligheid van de dijken:

  • We verkleinen de kans op doorbraak en overloop van waterkeringen.
  • We stimuleren een stevige inrichting van het gebied, zodat de gevolgen van dijkdoorbraken zo klein mogelijk zijn.
  • We zorgen voor een effectieve rampenbestrijding.

We verkleinen de kans op doorbraak en overloop van waterkeringen

Wij maken onderscheid tussen de dijken (primaire waterkeringen) langs de rivieren (hoofdwatersysteem) en de dijken (overige waterkeringen) langs kanalen (boezemwater) en sloten (regionaal watersysteem).

Dijken toetsen we technisch aan wettelijke normen. Dit doen we volgens vastgestelde cycli. Daarna werken we plannen uit voor dijkversterking. Bij de beoordeling van de dijken bleek tot dusver dat we de trajecten langs de Nieuwe Maas en Hollandsche IJssel (Schielands kant) moeten verstevigen.

Tot 2023 werken we hard aan het afronden van de volgende beoordelingscyclus van de primaire waterkeringen. Daarna kijken we met andere partijen, zoals met de gemeente, of er op hetzelfde moment opgaven zijn. Voor een deel van het gebied zijn deze gesprekken al gestart, voor een ander deel starten ze in 2022.
Verder bepalen we of we de vraagstukken uit de beoordeling kunnen oplossen in het dagelijks beheer en onderhoud. Of dat we ze via een grootschalige dijkversterking moeten aanpakken. We melden deze vraagstukken als projecten aan bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Wij zorgen ervoor dat de dijken voor 2050 wel aan de norm voldoen. Dat doen we door deze dijken te versterken; dat zijn tijdrovende en kostbare projecten. We kijken hierbij altijd of we kunnen aansluiten bij andere ontwikkelingen in het gebied, het zogenaamde mee-koppelen.

Dijkversterkingen zorgen niet alleen voor meer veiligheid. Ze hebben ook grote invloed op de omgeving en de mensen die op en aan de dijk wonen, werken en recreëren. Betrokkenen betrekken we daarom actief bij dijkversterkingen. Het levert een groter draagvlak op, ook als dit ten koste gaat van een langere doorlooptijd. Gedurende de planperiode voeren we de volgende versterkingen uit:

  • De dijk tussen Krimpen aan den IJssel en Ouderkerk aan den IJssel voor de veiligheid in de Krimpenerwaard.
  • De dijken aan de Hollandsche IJssel in Capelle aan den IJssel en Zuidplas.

Uit de toetsing van de regionale dijken bleek dat een deel daarvan niet voldoet aan de gestelde eisen. Ook voor deze dijken ligt er een verbeterprogramma.

Bij de berekeningen voor de beoordeling en versterking houden we rekening met klimaatverandering. Daarnaast houden we ook dijken en kades in goede staat. Door het invoeren van risico-gestuurd Beheer en Onderhoud richten we ons op de dijken die de meeste aandacht nodig hebben. Door toezicht te houden op het gebruik van de keringen houden we de dijken heel. Dit alles vraagt in toenemende mate om digitaal beheer van de gegevens die hiervoor nodig zijn. Verder houden we bij aanleg, versterking en onderhoud rekening met natuurwaarden en biodiversiteit.

Het waterschap adviseert proactief alle gemeenten over waterveiligheid bij omgevingsvisies en -plannen

Stel, bij een dijkdoorbraak lopen gebieden onder water. Dan kunnen wij zorgen voor minder overlast. Dit beperkt de gevolgen. Wij houden ons meestal niet bezig met gebiedsinrichting, dat doen andere partijen. Daarom adviseren wij gemeentes, provincie, ontwikkelaars, bewoners en bedrijven over een stevige inrichting. Innovaties en slimme keuzes tijdens het ontwerpen, bouwen en verbouwen van kwetsbare gebouwen (bijvoorbeeld ziekenhuizen en elektriciteitscentrales), kunnen eventuele toekomstige hinder beperken. We zorgen voor vroege betrokkenheid bij plannen en projecten, zodat partijen ons beleid en onze adviezen kunnen meenemen in de bouwplannen.

Het waterschap is altijd voorbereid op calamiteiten

Hoe sterk de dijken ook zijn en hoe slim het beheergebied ook is ingericht, een goede voorbereiding op (grote) rampen blijft belangrijk. Een volledige garantie op ’altijd droge voeten’ kunnen we immers niet geven. De rol van het waterschap is tweeledig:

  1. We adviseren en ondersteunen alle partijen proactief bij het nemen van preventiemaatregelen.
  2. Bij calamiteiten verkleinen we de kans op schade en slachtoffers.

Goed werkende communicatie is daarbij van groot belang. Wanneer inwoners en ondernemers weten wat ze moeten en kunnen doen, voorkomt dat mogelijk veel problemen. We werken hierbij nauw samen met partners in de Veiligheidsketen.

Verdere informatie

Het werken aan overstromingsrisico’s doen we door het verkleinen van kansen en het beperken van gevolgen. Dijken op tijd en slim versterken is het belangrijkst voor het beperken van het overstromingsrisico. Daarom richten we ons nu en in de toekomst op het verkleinen van de kansen tot minimaal de wettelijke normen. Voor de schade na een overstroming maakt het veel uit of er achter de dijk een weiland of een woonwijk ligt.

Waterveiligheid is een waterschapstaak. Vandaar dat we de verwachte schade na een overstroming willen verminderen. We willen om te beginnen de kans op overstromingen zo veel mogelijk verkleinen door te zorgen voor sterke dijken. Daarnaast willen we de gevolgen van een eventuele overstroming verder beperken. Denk aan economische schade en slachtoffers onder mensen en dieren. Dit is haalbaar door het bevorderen van een slimme inrichting van het gebied. Maar ook door (grote) rampen passend te bestrijden. Hierin werken we samen met de provincie, de gemeenten en de veiligheidsregio’s.

  1. Opgave: Het waterschap neemt voor de primaire waterkeringen de noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan de actuele veiligheidseisen, die 12-jaarlijks worden getoetst op de verwachtingen voor 2050 voor het klimaat, de toenemende bevolkingsdichtheid en de economische waarde.
  2. Doel: In de planperiode worden maatregelen genomen zodat de regionale waterkeringen in 2030 voldoen aan de veiligheidseisen.
  3. Opgave:  Het waterschap adviseert proactief alle partijen over waterveiligheid bij omgevingsvisies en -plannen.
  4. Opgave: Het waterschap is zelf voorbereid op calamiteiten, en adviseert en ondersteunt partijen proactief.